Tjif tjaf

Uiterlijk:
-
De tjiftjaf is klein, ongeveer 10–12 cm lang, en weegt maar 8–12 gram.
-
Hij heeft een olijfgroene rug, een bleke gele onderkant en een lichte wenkbrauwstreep boven het oog.
-
Mannetjes en vrouwtjes lijken op elkaar, wat vaak het onderscheiden moeilijk maakt.
Gedrag:
-
De tjiftjaf is erg beweeglijk en zit meestal in bomen of struiken, waar hij insecten vangt.
-
Hij is een insecteneter: spinnen, kleine kevers en larven vormen zijn belangrijkste voedsel. In de herfst en winter kan hij ook bessen eten.
-
Het geluid is kenmerkend: een zacht, herhalend "tjif-tjaf-tjif-tjaf", waar hij zijn naam aan dankt.
Leefgebied en migratie:
-
De tjiftjaf broedt in bossen, tuinen, parken en struikgebieden.
-
In de winter trekt hij naar Zuid-Europa, Noord-Afrika of het Midden-Oosten. Het is een trekvogel die grote afstanden kan afleggen.
Voortplanting:
-
Ze bouwen een cupvormig nest op de grond of laag in struiken, vaak goed verborgen tussen vegetatie.
-
Het legsel bestaat meestal uit 4–6 eieren, die ongeveer 12–14 dagen worden bebroed.
-
Beide ouders voeren de jongen.
Bijzonderheden:
-
De tjiftjaf is een van de eerste zangvogels die in het voorjaar terugkeert uit Afrika.
-
Hij is relatief onopvallend en makkelijk te missen, maar zijn zang maakt hem goed herkenbaar.
-
Soms wordt hij verward met de fitis, een nauw verwante soort, maar de tjiftjaf klinkt iets harder en scherper in zijn zang.
