Rode bosmier

De rode bosmier is een verzamelnaam voor een groep opvallende bosmieren uit het geslacht Formica. In Nederland en België bedoelen mensen meestal de behaarde bosmier (Formica rufa) of de kale bosmier (Formica polyctena). Het zijn sociale insecten die in enorme kolonies leven en bekende mierenhopen bouwen van naalden, takjes, hars en zand.
Hoe ziet een rode bosmier eruit?
Rode bosmieren zijn meestal:
- roodbruin op kop en borststuk
- donkerbruin tot zwart op het achterlijf
- ongeveer 4 tot 9 millimeter groot
- snelle en agressieve lopers
Werksters zijn het meest zichtbaar. Daarnaast heeft een kolonie:
- koninginnen
- mannetjes
- larven en poppen
De koninginnen zijn groter en leven veel langer dan werksters.
Waar leven ze?
Ze leven vooral:
- in naald- en gemengde bossen
- op zonnige plekken
- langs bosranden
- op zandgrond en in heidegebieden
Hun nesten staan vaak op warme plekken waar zonlicht op de hoop valt. Dat helpt bij het regelen van de temperatuur in het nest.
De beroemde mierenhoop
De grote koepelvormige hoop is maar een deel van het nest. Onder de grond zit vaak een nog groter gangenstelsel.
Een nest kan:
- honderdduizenden mieren bevatten
- meerdere koninginnen hebben
- tientallen jaren blijven bestaan
De mieren bouwen voortdurend aan hun nest. Ze openen en sluiten ventilatiegangen afhankelijk van temperatuur en vochtigheid.
Samenleving en taakverdeling
Rode bosmieren hebben een extreem georganiseerde samenleving.
Werksters
Die:
- zoeken voedsel
- verdedigen het nest
- verzorgen de larven
- bouwen aan het nest
Koninginnen
Hun hoofdtaak is eieren leggen.
Mannetjes
Hun enige functie is paren tijdens de bruidsvlucht.
Bruidsvlucht
In warme perioden vliegen jonge koninginnen en mannetjes uit om te paren. Daarna:
- sterven de mannetjes snel
- verliest de koningin haar vleugels
- begint ze een nieuwe kolonie
Sommige soorten starten helemaal zelfstandig; andere proberen zich bij bestaande kolonies aan te sluiten.
Wat eten rode bosmieren?
Ze zijn echte alleseters en roofdieren.
Op het menu staan:
- rupsen
- vliegen
- spinnen
- kevers
- wormen
- dode dieren
Maar hun favoriete "suikerbron" komt van bladluizen.
Bladluisboerderijen
Bosmieren beschermen bladluizen tegen vijanden. In ruil krijgen ze honingdauw: een zoete vloeistof die bladluizen uitscheiden.
Daarom worden ze soms "veehouders van het bos" genoemd.
Verdediging: mierenzuur
Rode bosmieren kunnen bijten én mierenzuur spuiten.
Wanneer ze zich bedreigd voelen:
- bijten ze zich vast
- buigen ze hun achterlijf naar voren
- spuiten ze zuur in het wondje
Dat veroorzaakt een branderig gevoel.
Waarom zijn ze belangrijk?
Rode bosmieren zijn enorm belangrijk voor het ecosysteem.
Ze:
- eten gigantische hoeveelheden schadelijke insecten
- ruimen dode dieren op
- verspreiden zaden
- verbeteren de bodem
- zijn voedsel voor vogels zoals spechten
Een groot nest kan miljoenen prooidieren per jaar verzamelen. Daardoor helpen ze bossen gezond te houden.
Vijanden
Hun natuurlijke vijanden zijn onder andere:
- spechten
- dassen
- wilde zwijnen
- spinnen
- andere mierensoorten
Ook mensen vormen een bedreiging doordat nesten soms beschadigd worden.
Slim gedrag
Rode bosmieren communiceren vooral met geurstoffen, feromonen genoemd.
Met geursporen kunnen ze:
- voedselroutes markeren
- alarm slaan
- nestgenoten herkennen
Ze kunnen zelfs samenwerken om grote prooien te vervoeren.
Bijzonderheden
- Ze kunnen relatief oud worden voor insecten.
- Een koningin kan meer dan tien jaar leven.
- Sommige kolonies bestaan uit meerdere verbonden nesten.
- Ze herkennen nestgenoten aan geur.
- Ze "melken" bladluizen door zacht met hun voelsprieten te tikken.
Verschillende soorten rode bosmieren
In Nederland komen meerdere soorten voor:
- behaarde bosmier
- kale bosmier
- zwartrugbosmier
- stronkmier
De stronkmier is het zeldzaamst.
Kunnen rode bosmieren gevaarlijk zijn?
Voor mensen meestal niet echt. Hun beet en mierenzuur kunnen wel pijnlijk zijn, vooral als je per ongeluk op een nest gaat staan.
Voor kleine dieren en insecten zijn ze echter felle jagers.
Winterrust
In de winter worden ze veel minder actief. Dieper in het nest blijven ze in groepen bij elkaar om warmte vast te houden totdat het warmer wordt.
Waarom zie je ze vaak in naaldbossen?
Naaldbossen leveren:
- veel bouwmateriaal
- warmte
- beschutting
- veel insecten
Daarom zijn zulke bossen ideaal voor grote kolonies.
Interessant weetje
Sommige bosmierkolonies hebben "snelwegen" van geursporen die meterslang door het bos lopen. Over die routes marcheren duizenden werksters voortdurend heen en weer tussen voedselbron en nest.
