Kleine Bonte Specht

De kleine bonte specht (Dryobates minor) is de kleinste specht van Europa en een opvallend maar vaak over het hoofd geziene vogel. Hij is ongeveer zo groot als een mus, met een lengte van zo'n 14–16 cm en een vrij korte, fijne snavel in vergelijking met andere spechten.
Uiterlijk
De kleine bonte specht heeft een zwart-wit gestreept verenkleed op de rug en vleugels, met een licht gekartelde tekening die hem een "zebra-achtig" uiterlijk geeft. De buik is wit tot licht beige.
Het mannetje heeft een rode kruin, terwijl het vrouwtje die rode vlek mist en een volledig zwarte kop heeft. Jonge vogels kunnen wat valer zijn en soms een lichte roodtint op de kop hebben.
Gedrag
In tegenstelling tot grote spechten hoor je de kleine bonte specht zelden hard roffelen. Zijn roffel is kort, zacht en snel, bijna alsof iemand met een vinger op hout tikt. Hij is erg actief en acrobatisch: hij hangt vaak aan dunne takken, net als een mees, en beweegt zich snel door bomen en struiken.
Het is een vrij schuwe vogel die graag hoog in bomen blijft of zich verschuilt in dichte begroeiing, waardoor hij moeilijk te zien is ondanks zijn contrasterende kleuren.
Voedsel
Zijn dieet bestaat vooral uit insecten en larven, zoals kevers, bladluizen en rupsen. Hij zoekt zijn voedsel niet alleen in boomstammen, maar juist veel in dunne takken, twijgen en struiken. In de winter eet hij soms ook zaden en kleine bessen.
Leefgebied
De kleine bonte specht leeft in loofbossen, gemengde bossen, oude boomgaarden, parken en riviergebieden met wilgen en populieren. Hij heeft een sterke voorkeur voor gebieden met oude, dode of stervende bomen, omdat daar veel insecten in zitten en zachte plekken om nestholen te hakken.
Broeden
Tijdens het broedseizoen hakt het paar samen een nieuw nesthol in zacht hout, vaak in een dode boom of tak. Het legsel bestaat meestal uit 4 tot 6 witte eieren. Beide ouders broeden en voeren de jongen. Na ongeveer drie weken verlaten de jongen het nest.
Verspreiding en status
De kleine bonte specht komt voor in grote delen van Europa en Azië, maar is nergens echt talrijk. In veel gebieden is hij zeldzaam of lokaal, vooral doordat oude bomen en dood hout verdwijnen uit het landschap.
Bijzonderheden
-
Hij roffelt vaker in het voorjaar om zijn territorium af te bakenen.
-
Zijn roep is een scherp, hoog "kiek" of "tsjiek".
-
Door zijn formaat en gedrag wordt hij vaak verward met een mees, tot hij begint te roffelen.
Kortom: de kleine bonte specht is een bescheiden, energieke en specialistische bosvogel die sterk afhankelijk is van natuurlijke, oude bomen en daardoor een goede indicator is voor gezonde, gevarieerde bossen.
