Kamsalamander

29-12-2025

De kamsalamander (Triturus cristatus) is een van de meest indrukwekkende en opvallende amfibieën van Europa. Hieronder vertel ik alles wat belangrijk en interessant is over deze soort, zonder bronnen te gebruiken.

Algemene kenmerken

De kamsalamander is een grote salamander, groter dan de meeste andere inheemse salamanders. Hij kan ongeveer 15 tot 20 centimeter lang worden. Het lichaam is stevig en donker van kleur, meestal donkerbruin tot zwart, met kleine witte stippen aan de zijkanten.

De buik is een van zijn meest herkenbare kenmerken: fel oranje tot geel, met zwarte, onregelmatige vlekken. Dit buikpatroon is bij ieder individu uniek, net als een vingerafdruk.

Kam en uiterlijk

Tijdens de paartijd ontwikkelt het mannetje een spectaculaire gekartelde kam die loopt van de kop tot het begin van de staart. Deze kam lijkt op een zaagblad en is waaraan de soort zijn naam dankt. De vrouwtjes hebben geen kam, maar zijn vaak iets groter en forser.

Buiten de voortplantingstijd is de kam veel kleiner of bijna verdwenen, waardoor mannetjes dan minder opvallend zijn.

Leefgebied

De kamsalamander leeft in een combinatie van water en land:

  • Water: poelen, plassen, vennen en langzaam stromend water zonder vissen

  • Land: vochtige bossen, houtwallen, ruigtes, weilanden en tuinen

Overdag schuilt hij graag onder stenen, boomstronken, bladeren of in muizenholen. Hij is vooral actief in de schemering en 's nachts.

Levenscyclus

In het voorjaar trekken kamsalamanders naar het water om zich voort te planten. De voortplanting is bijzonder:

  • Het mannetje voert een baltsdans uit waarbij hij met zijn staart feromonen richting het vrouwtje waaiert.

  • Er is geen directe paring. Het mannetje zet een spermapakketje af dat het vrouwtje opneemt.

Het vrouwtje legt daarna elk eitje afzonderlijk, zorgvuldig verpakt in een blaadje van een waterplant. De larven komen uit met kieuwen en leven volledig in het water.

Na enkele maanden ondergaan ze een gedaanteverwisseling en verlaten ze het water als jonge salamanders.

Voedsel

De kamsalamander is een roofdier en eet alles wat hij aankan:

  • In het water: insectenlarven, watervlooien, kleine kreeftachtigen, slakken en soms vislarven

  • Op het land: regenwormen, spinnen, insecten en naaktslakken

Hij jaagt vooral door langzaam te sluipen en zijn prooi plotseling te grijpen.

Winterslaap

In de winter houdt de kamsalamander een winterrust. Hij overwintert op het land, vaak:

  • onder boomwortels

  • in composthopen

  • in kelders, schuren of oude muren

Tijdens deze periode is hij vrijwel niet actief.

Gedrag en verdediging

Bij gevaar vertrouwt de kamsalamander op camouflage en stil blijven zitten. Wordt hij toch aangevallen, dan kan hij een witachtige, licht giftige huidstof afscheiden die vies smaakt voor roofdieren.

Bescherming en kwetsbaarheid

De kamsalamander is gevoelig voor veranderingen in zijn leefgebied. Hij heeft zowel schoon water als geschikt land nodig, wat hem kwetsbaar maakt voor:

  • verdroging

  • vervuiling

  • het verdwijnen van poelen

  • versnippering van natuur

Daarom wordt hij vaak gezien als een indicatorsoort: als de kamsalamander het goed doet, is het ecosysteem meestal gezond.

Bijzonder weetje

Kamsalamanders kunnen verloren lichaamsdelen zoals tenen of een stuk staart langzaam weer laten aangroeien. Dit maakt ze biologisch gezien erg bijzonder.