Draaihals

De draaihals (Jynx torquilla) is een bijzondere vogel uit de spechtenfamilie, maar hij wijkt op veel punten af van wat mensen meestal van een specht verwachten. Hieronder vind je een volledig en samenhangend overzicht, zonder bronnen.
Algemene beschrijving
De draaihals is een kleine, slanke spechtachtige met een lengte van ongeveer 16–17 cm. Zijn verenkleed is bruin, grijs en zwart gemarmerd, wat hem uitstekende camouflage geeft tegen boomschors en droge bladeren. Daardoor is hij lastig te zien, ondanks dat hij niet zeldzaam luidruchtig is.
Naam en opvallend gedrag
De naam draaihals komt van zijn unieke verdedigingsgedrag. Wanneer hij zich bedreigd voelt, draait hij zijn kop langzaam heen en weer in een slangachtige beweging, terwijl hij sist. Dit gedrag oogt zo vreemd dat mensen vroeger dachten dat de vogel magische of hypnotiserende krachten had.
De wetenschappelijke naam Jynx verwijst zelfs naar oude magie en bezweringen, wat laat zien hoe sterk dit gedrag tot de verbeelding sprak.
Verschil met andere spechten
Hoewel de draaihals tot de spechten behoort, is hij duidelijk anders dan zijn familieleden:
-
Hij hakt geen gaten in bomen
-
Hij trommelt niet met zijn snavel
-
Hij klimt minder verticaal tegen boomstammen
-
Hij gebruikt bestaande holtes om te broeden
Zijn poten en staart zijn ook minder aangepast aan het typische "tegen bomen leunen" van echte spechten.
Voedsel
De draaihals is een gespecialiseerde insecteneter, met een sterke voorkeur voor:
-
Mieren
-
Mierenlarven
-
Poppen
Met zijn lange, kleverige tong kan hij diep in mierennesten reiken, zowel op de grond als in hout. Hij zoekt voedsel vaak op de grond, wat ongebruikelijk is voor een specht.
Leefgebied
De draaihals houdt van open, kleinschalige landschappen, zoals:
-
Boomgaarden
-
Parkachtige gebieden
-
Open bossen
-
Houtwallen en oude bomen
Voorwaarde is dat er zowel oude bomen met holtes als mierennesten aanwezig zijn.
Broedgedrag
-
Broedt in bestaande boomholtes of nestkasten
-
Legt meestal 7–10 eieren, wat relatief veel is
-
Beide ouders verzorgen de jongen
-
De jongen worden gevoerd met vooral mieren
Draaihalzen kunnen soms agressief zijn tegenover andere holenbroeders en eieren of jongen uit een nest verwijderen om zelf de holte te gebruiken.
Trekgedrag
De draaihals is een langeafstandstrekker. In de herfst trekt hij naar Afrika ten zuiden van de Sahara en keert in het voorjaar terug naar Europa om te broeden. Daarmee is hij een van de weinige spechten die zo ver trekken.
Geluid
Zijn zang is een herhaald, ritmisch "kju-kju-kju-kju", vaak lange tijd achter elkaar. Het geluid is eerder monotoon dan melodieus en wordt vooral in het voorjaar gehoord.
Cultuur en bijgeloof
Door zijn vreemde draaibewegingen en sissende geluiden werd de draaihals vroeger geassocieerd met:
-
Hekserij
-
Bezweringen
-
Liefdesmagie
In de oudheid werd hij soms zelfs gebruikt in rituelen, wat tegenwoordig uiteraard ondenkbaar is.
Huidige status
De draaihals is sterk afhankelijk van traditionele, extensieve landschappen. Door het verdwijnen van oude bomen, boomgaarden en insectenrijke gebieden is hij in veel regio's afgenomen. Toch kan hij zich lokaal herstellen als het landschap gunstig wordt ingericht.
